Van een heerlijke vakantie naar leven met FNS
Donderdagavond 13 augustus. Net terug van een heerlijke vakantie. Het was een warme zomerdag. Eigenlijk was ik de hele dag ontzettend moe. Niet gewoon moe, maar echt op. Alsof mijn lichaam maar één ding zei: stop, ga liggen, houd op.
Maar ja... ik ben wie ik ben. Dus ik ging door. De vakantiespullen moesten worden opgeruimd, ik was de hele dag in de weer met mijn kleine man van 2 jaar en samen genoten we nog van het mooie weer. Tot ik hem naar bed bracht. Het was warm en hij kon niet goed in slaap komen. Ik zei: "We gaan even naar beneden, dan drinken we wat water." Ik nam een slok en merkte ineens dat het water uit mijn mond liep. Ik riep mijn man en draaide de camera van mijn telefoon naar mezelf. Tot mijn grote verbazing zag ik dat mijn linker mondhoek hing. "Schát, zie jij ook wat?" "Ja... inderdaad. Je mond hangt." Het voelde ontzettend vreemd. Alsof mijn mond verkeerd verdoofd was bij de tandarts. Mijn man zei dat ik mijn schoonvader moest bellen. Hij werkt bij de ambulance en gaf meteen aan dat we de spoedarts moesten bellen.
Niet veel later werd de ambulance gestuurd. Mijn eerste gedachte? Een ambulance? Maar ik heb toch helemaal niks? Misschien ben ik wel gestoken. De mevrouw aan de telefoon stelde me gerust: "Nee, mevrouw. Ze komen eraan." Ik was net fris uit de douche en wilde mijn haar met een klemmetje vastmaken. Ik pakte het klemmetje met mijn linkerhand… Maar ik kreeg hem niet meer open. Toen wist ik dat er echt iets niet goed zat. "Ik kon ineens mijn linkerhand niet meer gebruiken" De ambulance arriveerde en ik werd met spoed meegenomen. In eerste instantie werd er gedacht aan een hersenbloeding of herseninfarct. In de ambulance werd alles gecontroleerd. En toen gebeurde er iets waardoor de ernst pas echt tot me doordrong. Ook mijn linkerarm en linkerbeen vielen uit.
Op de SEH werd ik direct naar de CT-scan gebracht. Alles werd meerdere keren gecontroleerd. En toen begon het wachten. Toen de neuroloog uiteindelijk aan mijn bed kwam, kwam er "goed" nieuws. Het was geen hersenbloeding. Geen herseninfarct. Maar… FNS. Mijn eerste vraag was meteen: "Hoe gaat dit weer weg?" Het antwoord was niet het antwoord waarop ik hoopte. Er was niet echt een duidelijk antwoord.
Op dat moment kon ik niet lopen. Ik kon mijn lichaam niet bewegen zoals ik dat gewend was. ie nacht moest ik in het ziekenhuis blijven. Om 03.30 uur kwam ik op mijn kamer. Alleen. Onwetend. Bang. Bang voor wat de toekomst mij zou brengen. Want hoe was ik hier terechtgekomen? Maar nog belangrijker: Hoe kom ik hier weer vanaf?
*Tekst gaat door onder de afbeelding
De volgende ochtend
Na een nacht waarin ik nauwelijks had geslapen, kwamen de neuroloog, fysiotherapeut en logopedist aan mijn bed. Oefeningen. Controles. Testen. Alles om te kijken hoe het met mij ging. Mijn lichaam gaf niet de goede signalen door, terwijl ik ze wél wilde geven. Het antwoord dat uiteindelijk kwam, was confronterend: "Hier kunnen wij helaas niet veel voor je doen." Als ik een bepaalde oefening met mijn man kon uitvoeren en mezelf met een looprekje kon verplaatsen, mocht ik naar huis. "Thuis herstel je beter." En helaas was er geen medicatie die dit zomaar kon oplossen. Ik ging naar huis met doorverwijzingen voor mijn herstel: naar de psychosomatisch fysiotherapeut, de psycholoog en de logopedist.
Thuis kwam het besef
Eenmaal thuis kwam het besef pas echt binnen. Ons leven stond volledig op zijn kop.
Geen beweging aan de linkerkant. Mijn zicht aan de linkerkant was slecht. Mijn gehoor aan de linkerkant voelde vreemd. En ineens was ik niet meer de vrouw die ik altijd was geweest. Ik ben 32. In de bloei van mijn leven. Een zorgende mama en vrouw. Een hardwerkende vrouw. Maar vooral iemand die ontzettend van het leven genoot. En ineens kon ik bijna niets meer. Soms denk ik: Wie is deze vrouw? En wat heb ik met haar gedaan? Verdriet. Boosheid. Verslagenheid. Wanhoop. Maar ook kracht. Allemaal tegelijk.
Alles veranderde
Ook mijn man kreeg ineens een andere rol. En ons vangnet van familie en vrienden werd belangrijker dan ooit. Er moest voor eten worden gezorgd. Voor ons kind. Voor het huis. Voor alles wat normaal gesproken vanzelf ging. Mijn werk kwam op pauze te staan. En ik begon aan het herstel. Ik heb een fijne fysiotherapeut. Iemand die steeds tegen mij zegt: "Je kunt het. Ik zie dat je wilt." Ze vertelde me dat mensen met mijn instelling en positiviteit soms na een jaar weer op de ski's staan. Maar toen ik dat hoorde, dacht ik alleen maar: Een jaar?! Een jaar van mijn leven? Hoe dan?
Vijf weken verder
Vanaf dag één tot vandaag zie en merk ik verschil, klein maar verschil. En daar ben ik dankbaar voor. Maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms ook te weinig. Ik wil meer. Ik wil sneller. Ik wil mijn oude leven terug. En dan moet ik mezelf eraan herinneren dat ik pas vijf weken onderweg ben. Vijf weken. Natuurlijk ga ik voor volledig herstel. Maar ergens moet ik mezelf ook toestaan om na te denken over de mogelijkheid dat mijn herstel anders loopt dan ik hoop. Want wat als ik niet volledig herstel? Ik ben pas 32. Ik ben mama van een jong gezin. Ik ben een levensgenieter. Ik wil leven.
Ik wil mijn kind zien opgroeien, samen met mijn man genieten, werken, eropuit gaan, lachen, reizen, genieten van alles wat er is en gewoon weer mezelf zijn. Hoe dit verhaal uiteindelijk gaat aflopen, weet ik nog niet.
Mijn gevechtspak aan
Voor nu heb ik mijn gevechtspak aangetrokken. Ik doe wat ik kan. En wat nodig is. Voor nu zijn rust, ritme en regelmaat belangrijk. Leren wennen aan mijn nieuwe "nu". Maar ook daarin moet ik een balans vinden. Want waar ik vroeger ontzettend kon genieten van een middag met mensen om me heen, kan vijf minuten bezoek nu al genoeg zijn. Tien minuten buiten kan te veel zijn. De prikkels kunnen soms simpelweg niet meer. Mijn veilige plek is op dit moment mijn huis. En gelukkig hebben we ons vangnet. Met elkaar komen we er wel. Maar soms… Mis ik haar. De vrouw die ik was. De vrouw die zo genoot van alles. De vrouw die altijd doorging. De vrouw die ik nog steeds wil zijn. Ik hoop dat ik over een jaar opnieuw een verhaal kan schrijven. En dat ik dan kan zeggen:
"Daar is ze weer."
Misschien is ze dan precies dezelfde vrouw. Misschien ook niet. Misschien ben ik iemand geworden die heeft geleerd om anders te leven. Te luisteren naar haar lichaam. Grenzen te accepteren. En te ontdekken dat herstel niet altijd betekent dat alles weer wordt zoals het was. Maar voor nu? Ben ik onderweg. Stap voor stap. Dag voor dag. Met mijn gevechtspak aan. En met de hoop dat ik mezelf ergens onderweg weer terugvind.