Zijn FNS klachten echt?
Helaas denken sommige mensen dat FNS klachten niet echt zijn omdat er geen schade in het brein te zien is op een MRI scan. Maar FNS klachten zijn echt!
Op een structurele MRI maakt een arts een plaatje van het brein om de structuur te kunnen zien en of er afwijkingen zichtbaar zijn. Hier zien we inderdaad geen schade aan het brein. Maar op een functionele MRI (fMRI) worden verstoringen in het functioneren van hersengebieden in beeld gebracht. Er daarbij zien we dat bij mensen met FNS er verstoringen zijn in hersengebieden die belangrijk zijn bij aandacht, verwachtingen, emotieregulatie, cognitieve controle en 'self agency' (het gevoel dat je grip hebt op bijvoorbeeld bewegen).
Heb je een MRI scan nodig voor een FNS diagnose?
Belangrijk om te vermelden is dat je met een functionele MRI FNS niet kan diagnosticeren. De verschillen in hersenactiviteit zijn namelijk alleen te zien als je grote groepen vergelijkt van mensen met en zonder FNS. Op individueel is dit nog niet bruikbaar. Bovendien is het ook niet nodig om de FNS diagnose te stellen, deze wordt namelijk gemaakt op basis van positieve kenmerken.
Ander fMRI onderzoek bij FNS
Wat is conversiestoornis?
"Waarom heeft mijn arts het steeds over conversiestoornis?"
Door de geschiedenis heen is de kijk op FNS behoorlijk veranderd. Dit kan verklaren waarom jouw arts een andere uitleg geeft over FNS of een ander idee heeft over waarom jij klachten hebt. Graag leggen we daarom uit waar die denkwijze (en soms vooroordelen) vandaan komen.
In de 19e eeuw deed Jean-Martin Charcot (de grondlegger voor moderne neurologie) veel onderzoek naar FNS. Volgens Charcot hoorde FNS thuis binnen de neurologie en hadden de symptomen te maken met aandacht- en verwachtingspatronen.
Toen in het begin van de 20e eeuw de vakgebieden neurologie en psychiatrie ontstonden, werden patiënten met FNS steeds vaker richting de psychiatrie gestuurd. Dit kwam door het werk van Sigmund Freud. Hij zag FNS als een intrapsychisch conflict dat niet opgelost werd of een trauma dat onderdrukt werd dat leidde tot neurologische symptomen. Hij noemde dit een conversiestoornis. Conversie betekent omzetting en verwijst naar het psychische probleem dat omgezet wordt in fysieke symptomen. Deze visie is lang de standaard gebleven.
In 1994 liet onderzoek zien dat bij patiënten met FNS er niet altijd een psychische stressor aangewezen kon worden als oorzaak van de klachten. Patiënten hadden in plaats daarvan bijvoorbeeld lichamelijk letsel voordat de FNS klachten ontstonden. Dit heeft ervoor gezorgd dat FNS weer op het grensvlak tussen de neurologie en psychiatrie kwam te liggen.
Patiënten vinden het soms lastig dat artsen FNS nog steeds als psychiatrisch of psychisch beschouwen en staan niet open voor bepaalde behandelingen. Het is echter belangrijk dat FNS wordt gezien als een hersenaandoening waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen, zowel biologisch, psychologisch als sociaal. Eigenlijk net als bij alle andere aandoeningen! Het in hokjes denken, een ziekte is óf psychisch óf neurologisch, is niet meer van deze tijd en langzaam aan komt er steeds meer erkenning voor dit nieuwe model.