De diagnose

In het kort

  • De diagnose wordt vaak gesteld door een neuroloog op basis van positieve kenmerken 
  • Jaarlijks worden tussen de 1800 en 3900 nieuwe diagnoses gesteld
  • Er is nog veel onbekend over FNS en onderzoek is hard nodig!

Een neuroloog kijkt naar kenmerken die de diagnose steunen. Zogenaamde positieve kenmerken. Dit zijn bijvoorbeeld verschillende symptomen die passen bij FNS, maar ook hoe die klachten zich uiten. Hier hebben artsen speciale testen voor. Bij de symptoom pagina geven we voorbeelden hiervan. Soms wordt de diagnose ook gesteld door een kinderarts of kinderneuroloog, bij spraak-, slik- of gehoorproblemen door een KNO-arts, en bij visusproblemen door een oogarts. 

Wanneer er twijfel is over de diagnose of wanneer er mogelijk een tweede ziektebeeld aanwezig is kan soms aanvullend onderzoek worden gedaan, zoals een MRI- of EEG-scan. Dit is dus niet noodzakelijk voor de diagnose FNS. 

 

Vertrouwen in de diagnose

De manier waarop de diagnose wordt uitgelegd speelt een centrale rol in de behandeling. Goede uitleg helpt om de diagnose te begrijpen en accepteren, en om gemotiveerd aan een behandeling te starten.

Patiënten met functionele symptomen ervaren vaak bezorgdheid over de nauwkeurigheid van hun diagnose, en ze vragen zich af of er mogelijk een onderliggende ziekte over het hoofd is gezien.

Sommige patiënten hebben het gevoel dat hun klachten overeen kunnen komen met symptomen van andere neurologische aandoeningen, en ze twijfelen of de arts deze mogelijkheid heeft overwogen. Het is dan belangrijk om op te merken dat het type klacht en het verloop ervan vaak verschillen. Een goede uitleg van uw arts kan u hierin geruststellen.