Mijn naam is Fleur, en vier jaar geleden, toen ik 14 was, veranderde mijn leven volledig. Na een harde klap op mijn hoofd begon ik meerdere keren per dag “weg te vallen”. Voor anderen leek het alsof ik sliep, maar van binnen was ik klaarwakker. Ik hoorde alles, begreep alles, maar mijn lichaam deed niets meer. Het voelde alsof ik gevangen zat in mezelf.

 

In het begin dacht ik dat het door een hersenschudding kwam. Dat hoopte ik vooral. Maar de aanvallen bleven terugkomen, steeds vaker en steeds heftiger. Op de spoedeisende hulp werd gezegd dat het hyperventilatie was, maar diep vanbinnen wist ik dat dit niet klopte. Een week later lag ik vijftien minuten volledig verlamd. Ik werd opgenomen, onderzocht, maar kreeg geen duidelijk antwoord.

Pas een maand later hoorde ik dat ze al langer vermoedden dat het FNS (Functionele Neurologische Stoornis) was — iets wat niemand mij eerder had verteld. Diezelfde week lag ik acht uur lang verlamd en werd ik met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

De jaren daarna waren zwaar. Ik zag meerdere fysiotherapeuten, psychologen en een gespecialiseerde FNS-therapeut. Mijn klachten breidden zich uit: schokken, ademhalingsproblemen, flashbacks en cognitieve uitdagingen. Soms lag ik letterlijk op de grond te wachten op hulp die niet altijd meteen kwam.

Maar ik heb nooit opgegeven. Stap voor stap ben ik blijven vechten. En vandaag de dag heb ik mijn examens gehaald en ben ik begonnen aan mijn hbo-opleiding, met de droom om over een paar jaar door te stromen naar de universiteit.

Ik ben er nog niet. FNS zit me nog steeds in de weg. Maar ik ben sterker geworden, veerkrachtiger. En het gaat nu tien keer beter dan toen. Dat is al een overwinning op zich.

Ik deel mijn verhaal omdat ik wil dat kinderen — en hun ouders — weten dat ze niet alleen zijn. Blijf vechten, hoe lang de weg soms ook lijkt.